Blog

***


Arnaud

Feedback op teksten? Geef de lezer de schuld!

Schrijvers zijn kwetsbaar. Of het nu gaat om een roman of een foldertekst: niemand lijkt ontspannen om te kunnen gaan met feedback. ‘Ik wil mezelf graag verbeteren, dus tips zijn welkom!’ roepen schrijvers in eerste instantie vaak stoer. Maar het emotionele systeem is lang niet zo volwassen. Kritiek doet pijn. Dat uit zich bijvoorbeeld in: ‘Wat een onzin, dit is jouw smaak.’ Of: ‘Ik kan er ook níets van.’

Hoe zorg je ervoor dat je feedback geaccepteerd wordt? Dat de schrijver zelfs zin krijgt om verder te werken? De eerste, voor de hand liggende voorwaarde is dat je naast kritiek ook (gemeende) complimenten geeft. Soms voelt dat misschien kinderachtig. We willen de tekst toch beter maken? Dat is zo. Maar als je niet voorzichtig omgaat met de kwetsbaarheid van de auteur, komt je commentaar niet aan. Bovendien verandert je feedback soms als je eerst nadenkt over de kwaliteiten van de tekst: die wil je namelijk versterken.

Zelf maak ik in feedbacksessies graag gebruik van het instrument ‘de lezer’. Door de lezer te introduceren verander je het gesprek van ‘ik heb kritiek op jou’ naar ‘samen maken we de tekst zo goed mogelijk voor een publiek’. Je externaliseert de boeman, als het ware. De lezer wordt een ietwat dommig personage dat we gaan proberen te helpen. Zeker als je je feedback vragend formuleert, is de lezer een zeer mild en effectief hulpmiddel.

Keiharde kritiek Milde variant dankzij de lezer
Ik snap er niets van, je schrijft zo warrig. Heeft de lezer niet meer informatie nodig om dit te begrijpen?
Dit is saai en heeft er niets mee te maken. Je kunt geen onderscheid maken tussen hoofd- en bijzaken. Kan de lezer de rode draad van het artikel hier nog wel volgen?
Wat een lelijke, lange zin: veel te veel voorzetsels! Voor de lezer is het lastig om een zin met veel voorzetsels in één keer goed te begrijpen.

giraf

Door feedback te geven vanuit de lezer, ontwikkelt de schrijver makkelijker een communicatiemindset. Iedereen weet dat hij schrijft voor een publiek, maar als het om je eigen onderwerp gaat, is het toch vaak moeilijk om je te verplaatsen in iemand met minder kennis en andere interesses. Door op een andere manier te praten, kunnen redacteur en schrijver zichzelf trainen in ontvangergerichte communicatie.

Ook in interviews kun je de lezer opvoeren. ‘U zegt dat de organisatievorm flipping the classroom meer moet worden geïmplementeerd omdat het tijd geeft voor een activerende didactiek en bijdraagt aan gedifferentieerd onderwijs. Ik denk dat de lezer daarbij nog weinig voor zich ziet. Kunt u een les Engels in 4 havo beschrijven met en zonder de flipping-the-classroommethode?’

Natuurlijk zijn er ook grenzen aan wat je in je feedback allemaal op de lezer kunt afwentelen. ‘Denkt de lezer nu niet: ik wordt, dat schrijf je toch zonder t?’ – dat roept waarschijnlijk alleen maar irritatie op. Het is fijn om de lezer het slechte nieuws te laten brengen, maar soms moet je toch echt zelf het rode potlood hanteren.


Antje

Bevlogen en belast

Wij aten vroeger thuis geen snoep en dronken geen cola. We keken nauwelijks tv. Onze muffe auto werd alleen in de zomervakantie gebruikt, en dan moest de hele buurt helpen duwen. We droegen bloemetjesbroeken die mijn moeder zelf maakte. En mijn moeder werkte ook nog eens bijna fulltime, wat in die tijd nog bijzonderder was dan nu. Dus ja, wij waren anders.

Later leerde ik veel mensen zoals wij kennen. Zo veel, dat ik begreep dat we ook weer niet zó anders waren. Maar toch: in onze kleine Zaanse kring weken we af van de norm. Een beetje ongemakkelijk was dat wel, af en toe.

Volgende week komt er een boek uit – Bevlogen en belast – over kinderen uit écht afwijkende gezinnen. Paulien Bom interviewde acht kinderen van idealistische ouders: wereldverbeteraars, NSB’ers, antroposofen, macrobioten, transcendente mediteerders – de radicalere types dus. Nu is Paulien Bom toevallig mijn schoonmoeder, dus het is niet heel verrassend dat ze mij vroeg haar boek te redigeren (en ook niet dat ik hier nu een blog over schrijf). Het was een van de leukste klussen waar ik het afgelopen jaar aan heb gewerkt. Niet in de laatste plaats omdat de verhalen, stuk voor stuk veel bijzonderder dan mijn eigen geschiedenis, toch heel herkenbaar waren.

Bevlogen & belast

Dat is niet vanzelfsprekend, want bij dit soort onderwerpen ligt de karikatuur altijd op de loer. Als we ons niet direct met de personages kunnen identificeren, neemt de fascinatie voor het bizarre – de platte sensatiezucht – makkelijk de overhand. Hoe kun je in godsnaam geld afzweren? En waarom zou je de hele dag in de keuken quinoa en gierst gaan staan koken? Daarom werkt het zo goed dat hier niet de idealisten zelf aan het woord komen, maar hun kinderen. Die werden tenslotte ook maar opgezadeld met de idealen van hun ouders. In zekere zin geldt dat natuurlijk voor ons allemaal.

Schaamte voor je ouders, de wens erbij te horen, het gevoel anders te zijn: het is de universele problematiek van opgroeiende kinderen. Kinderen met idealistische ouders krijgen de uitvergrote variant van die problematiek voor hun kiezen. Dus terwijl ik met mijn schoonmoeder overlegde over spelling, structuur en grammatica, liet ik me ondertussen weemoedig in beslag nemen door al die verhalen over mijn jeugd – maar dan in het kwadraat.

 

Lees hier meer over Bevlogen en belast of volg het boek via Facebook.


Arnaud

Synoniemen

Op een gegeven moment was ik met mijn ouders op vakantie in Zuid-Frankrijk. Mijn ouders houden heel erg van Zuid-Frankrijk. Mijn vader bijvoorbeeld, die houdt heel erg van Zuid-Frankrijk. En mijn moeder ook. Die houdt ook heel erg van Zuid-Frankrijk. Ja, en ik ook. Ikzelf hou ook heel erg van Zuid-Frankrijk. Dus we zijn er maar naartoe gegaan…

Deze francofiele passage komt uit een conference van Hans Teeuwen. Mocht je de rest van Teeuwens verhaal (over de onderzeeboot) niet kennen: erg de moeite waard.

Om een kluchttekst als die van Teeuwen te voorkomen, gebruiken veel schrijvers synoniemen of omschrijvingen. Vooral sportjournalisten zijn er bedreven in om woordherhaling te omzeilen. Een voorbeeld uit De Telegraaf:

Bij het WK in eigen land gold Brazilië vooraf als torenhoge favoriet voor de wereldtitel. Die rol kon de ploeg echter nauwelijks waarmaken. De ‘Goddelijke Kanaries’ speelden eigenlijk alleen tegen Mexico goed […]. Naast Scolari stapte ook de rest van de technische staf van de ‘Seleção’ op.

Als de journalist hier telkens ‘Brazilië’ zou schrijven, zou dat waarschijnlijk snel een Zuid-Frankrijk-gevoel geven. Bovendien is het direct duidelijk waar ‘Goddelijke Kanaries’ naar verwijst, zelfs voor iemand die geen verstand van voetbal heeft.

Variëren leidt tot soepele alinea’s, maar het is ook gevaarlijk. Ten eerste kan het resulteren in formuleringen die geforceerd aandoen. De tekst uit De Telegraaf zit zeker aan die kant van het spectrum. Een ander gevaar is dat de lezer zich afvraagt of er een betekenisverschil bestaat tussen de synoniemen. Op de website van een bedrijf dat trainingen geeft, gebruikte ik de woorden ‘training’, ‘cursus’ en ‘opleiding’ door elkaar. Dat had een duidelijke reden: het bedrijf wilde graag op al deze zoekwoorden gevonden worden via Google. Maar de lezer kan zich wel gaan afvragen of een opleiding eigenlijk wel hetzelfde is als een cursus.

Het nummer ‘Friends’ van Queen illustreert het dilemma mooi. Een zinnetje uit het refrein brengt me altijd in verwarring:

When you’re in need of love, they give you care and attention.

Freddy Mercury kat

‘Care and attention’ is hier een synoniem voor ‘love’. Natuurlijk zingt Freddie Mercury niet ‘When you’re in need of love, they give you love’. Dat is qua ritme niet sterk (probeer maar eens) en het is niet poëtisch. Bovendien maakt de context volkomen duidelijk dat hij ‘care and attention’ gebruikt als synoniem, of misschien zelfs als overtreffende trap van ‘love’. Toch hoor ik het nummer telkens weer als een aanklacht tegen vriendschap. Ik heb liefde nodig, en daar komen zij aanzetten met hun zorg en aandacht. Sodemieter toch op!

Wetenschappelijke publicaties, juridische teksten, rapporten, jaarverslagen: als een tekst precies moet zijn, wees dan voorzichtig met synoniemen. Soms moet je niet te bang zijn om te schrijven als Hans Teeuwen.


Arnaud

Veelgestelde vragen over FAQ’s

Wat zijn FAQ’s precies?

FAQs zijn veelgestelde vragen. Voorbeelden van alledaagse FAQ’s zijn: Alles goed? Wat voor werk doe je eigenlijk? Kom je hier vaker?

Waarom kom ik online zoveel FAQ’s tegen?

Voor tekstschrijvers zijn FAQ’s een handige manier om informatie met weinig samenhang op één pagina te plaatsen. De vraag-antwoordstructuur verdeelt de tekst in prettige, behapbare brokken. En goede FAQ’s zorgen ervoor dat klanten minder vaak bellen en mailen.  

Hoe spreek ik dat eigenlijk uit: FAQ’s?

Fax, fex, [ef ee kjuus]. Alles is goed, zolang het maar niet als een vies woord klinkt.

images

Worden de ‘veelgestelde vragen’ ook echt veel gesteld?

Lang niet altijd. In FAQ’s staat bijvoorbeeld vaak ‘Hoe kan ik lid worden?’, maar meestal niet ‘Hoe kan ik mijn lidmaatschap opzeggen?’ De vraag ‘Kan ik bedrijf x ook ’s avonds bereiken?’ wordt alleen veel gesteld als het antwoord bevestigend is. En zou het echt zo zijn dat de gemeente Zaanstad platgebeld wordt door mensen die willen weten wat de Ruimtelijke Structuurvisie inhoudt?

Door wie kan ik het best mijn FAQ’s laten schrijven?

PgUp Tekst schrijft duidelijke, prettig lezende FAQ’s. Je kunt PgUp Tekst mailen via info@pguptekst.nl.


Annemijn

Vaardingen

Toen mijn zoon van acht topografie moest leren, maakte hij voor alle plaatsen een tekening. Hij tekende in een kaart van Zuid-Holland onder meer twee boten (‘vaardingen’, Vlaardingen), twee mannetjes met pistolen (‘schiet dan’, Schiedam), een schatkist met goudstukken (Gouda) en iemand in bad (‘was ‘m maar’, Wassenaar). Scheveningen verbeeldde hij in een voetballer die de bal naast het doel schiet (scheef). Hij vond hiermee zijn eigen visuele leermethode uit.

Nu gaat er een theorie dat de wereld bestaat uit begripsdenkers (taaldenkers) en beelddenkers. Begripsdenkers of taaldenkers denken via een logische keten van woorden en begrippen. Met taal verankeren ze gebeurtenissen in hun geheugen, ze gebruiken taal als middel om orde aan te brengen in hun gedachten en gevoelens. Een beelddenker denkt in beelden en gebeurtenissen, ziet snel het geheel maar heeft moeite die beeldenstorm vervolgens onder woorden te brengen. Taal gaat te traag om de beelden die elkaar in hoog tempo opvolgen te ordenen.

boom

Op de website van stichting beelddenken wordt uitgelegd hoe een taaldenker een probleem oplost, en hoe een beelddenker dit doet. De klassieke manier van probleemoplossing is: probleem formuleren, divergeren (de geforceerde brainstorm), convergeren, realiseren. Een beelddenker lost een probleem anders op. Na de probleemformulering volgt de incubatietijd: een nachtje slapen, een tijdje broeden, een uurtje wegdromen. De oplossing sluimert, en komt vaak naar boven na een moment van ontspanning of tijdens een routinematige activiteit. Tijdens dit eurekamoment, de illuminatie, ‘ziet’ de beelddenker ineens de oplossing.

De leermethode van mijn zoon zette me aan het denken over schrijverschap en creativiteit. Voldoet een talige modus  om een tekst aantrekkelijk te presenteren aan een (visueel ingesteld) lezerspubliek? Wie de strekking in taal kan ‘verbeelden’, komt waarschijnlijk sneller tot prikkelende koppen, originele woordkeuze, creatieve invalshoeken en treffende stijlmiddelen. Naast taalkracht scherpt ook beeldkracht de tekstschrijver. En dus zet ik mezelf nu als oefening in beeldvaardigheid regelmatig achter een bak kleurpotloden. Gelukkig heeft mijn zoon nog wat provincies te gaan.


Arnaud

Eilanddocument

Af en toe word ik gevraagd om onbetaald naar een tekst te kijken. Meestal van iemand die ik goed ken, die iets interessants doet wat weinig geld oplevert. Literatuur, kunst, een kinderboek, een goed doel, een scriptie. Als ik er geen werk voor hoef af te zeggen, de deadlines flexibel zijn en het project me aanspreekt, zeg ik ja. Het is namelijk erg leuk om het met gedreven en eigenwijze kunsttypes over hun project te hebben. 

Recent vroeg Maaike Ebbinge, de vriendin van mijn broertje Roeland, of ik haar wilde helpen bij de teksten voor een fotoboek. Maaike en Roeland hebben vijf jaar op het Vuurtoreneiland bij Durgerdam gewoond. Het eiland is onderdeel van de Stelling van Amsterdam en is eigendom van Staatsbosbeheer. Ik heb er regelmatig gezwommen, gebarbecued en aan een kampvuur gezeten. Maaike maakte foto’s van de bunkers, de schapen, de luchten, de vuurtoren en het eiland omgeven door ijs, in de regen en bij nacht.

ME-eilanddocument

Maaike is fotograaf en vormgever, geen schrijver. Toch wilde ze ook teksten in het boek. Vooral omdat teksten verhalen kunnen vertellen, die in beelden niet makkelijk te vangen zijn. Hoe het voelt om de vuurtoren op te klimmen. De lange tocht door de polder in het donker. Het geluid van ganzen die opvliegen of van ijsbrekers in de winter. Hoe de kazerne vroeger was ingedeeld. De schrik als er iemand voor het raam staat, terwijl het natuurgebied niet vrij toegankelijk is.

Samen hebben we hard aan de teksten gewerkt. We hadden lange Skypesessies waarin het ging over de relatie tussen tekst en beeld. Over poëtisch zijn zonder grote woorden te gebruiken. En over de vraag of de doelgroep het aankan als Maaike naakt van de steiger springt. Het Eilanddocument (192 pagina’s) is af, maar om het te drukken is geld nodig. Daarom is Maaike een crowdfundingscampagne begonnen via voordekunst. Voor €35 heb je een gesigneerd exemplaar. Bekijk hieronder het promotiefilmpje en steun het project op http://www.voordekunst.nl/vdk/project/view/1994-eilanddocument.


Annemijn

Guilty pleasure

Op een oktoberdag toog ik naar het huis van verloskundige Beatrijs Smulders. Ik zou haar interviewen voor het kerstnummer van Kerk in Mokum, over het bijbelse geboorteverhaal en haar visie op bevallen anno nul en nu. Ik keek uit naar een ontmoeting met deze geboortegoeroe. Een kwartier voor tijd, tijdens een snelle kop koffie in Starbucks naast het Centraal Station, kreeg ik een sms. ‘4 cm ontsluiting, moet bij moeder blijven, afspraak verzetten we. groet beatrijs’. Mijn geboorteverhaal werd die dag ingehaald door de realiteit. Een vader stond nerveus beschuitrollen te tellen. Een moeder pufte ingespannen de weeën weg. Een kraamverzorgster legde eerste kleertjes op de verwarming.

Het is jammer als interviewafspraken niet doorgaan. Je verheugt je erop. Je bereidt je erop voor. De efficiëntie van mijn dag ging met dit sms’je in één klap verloren. En toch. Afzeggingen zijn mijn guilty pleasure. Dat de loop der dingen bepaalde dat ik nu vrijgesteld was van werk, rechtvaardigde een middag onbeschaamd nietsdoen. En dus kuierde ik naar de bibliotheek, honderd meter verderop, voor een volgende kop koffie. Maria en Jozef werden in een uithoek van mijn denken geparkeerd. Een paar middaguren vielen vrij voor scharrelen tussen boeken en tijdschriften. Niemand die mij ergens verwachtte. Slechts was daar een gapend gat, dankzij een weeënstorm in mijn agenda geslagen.


Arnaud

Vakidioot

De eerste avond op de Texelse camping, het gasfornuis werkt niet. Ik ben praktisch niet de handigste, maar ik wil me ook niet gelijk laten kennen. Dus slangetje los, slangetje vast, gaskraan open, gaskraan dicht, onderdelen uit elkaar, goed kijken, met de buurman overleggen. Ik hoor en ruik gas onder het fornuis, maar krijg het niet aan de praat. Toch maar een sateetje in de kantine dan?

De volgende dag vind ik een campingwinkel in een buitenwijk van Oudeschild. Onderdelen achter de toonbank, weinig klanten, een rommelige indeling. Dit zou wel eens een plek kunnen zijn waar ze me kunnen helpen. En inderdaad, de eigenaar lost het probleem binnen no time op. Er ontbrak een rubberen ringetje, waardoor het gas kon ontsnappen. Het rubbertje kost tachtig cent. Uit schuldgevoel koop ik ook nog een zaklamp en een waterzak.

En dan komt de preek. Dat het levensgevaarlijk is wat ik heb gedaan. Dat ik mijn fornuis nooit uit elkaar had mogen halen. Dat mensen maar allemaal spullen kopen, zonder te weten hoe het werkt. Dat ze niets meer zelfstandig kunnen repareren. Het komt erop neer dat het een belediging is voor ‘s mans campingtechnische kwaliteiten dat hij moet omgaan met prutsers zoals ik.

campingaz

Nu geef ik onmiddellijk toe dat ik een prutser ben op dit vlak. Dit was mijn eerste campingfornuis. Maar ik heb mijn best gedaan, wil graag iets leren, luister gretig naar zijn tips en ben buitengewoon dankbaar voor de reparatie. Is die reprimande dan nog wel nodig?

Plotseling moet ik denken aan mijn tandarts. Hoe die me op mijn nummer kan zetten en doet alsof zijn vakgebied het enige is wat ertoe doet. Stook ik wel goed met die rare borsteltjes? Ik weet toch wel dat ik van koffie aanslag krijg? En had ik niet eerder kunnen bellen bij dat vreemde gevoel in mijn kleine linkerbovenkies?

De fysiotherapeut denkt dat ik de hele dag heb om aan mijn houding te werken, de schoenmaker vindt het onverklaarbaar dat ik niet wekelijks mijn schoennaden controleer en de automonteur begrijpt niet dat ik in het weekend niet even uitzoek wat een viergasmeting is. Waarom geven professionals mij het gevoel dat ik tekortschiet, in plaats van dat ze me helpen?

En ik als tekstschrijver? Maak ik mij ook schuldig aan klantonvriendelijk dedain? Ik geef toe dat ik wel eens moet zuchten van sommige teksten die ik binnenkrijg. Waarom schrijft deze jurist niet een keer een zin van minder dan twintig woorden? Weten communicatiemedewerkers dan niet dat voorzetseluitdrukkingen een stilistische hoofdzonde zijn? Ik vind goede, strakke, heldere tekst belangrijk, maar sinds Texel doe ik nog meer mijn best om die niet heilig te maken. Om mensen hun gepruts ook op dit gebied te gunnen. Om te beseffen dat er ook nog iets is buiten de tekst.


Antje

Het perfecte stukje kip of vlees

Zoals half Nederland lees ik in mijn vrije tijd graag kooktijdschriften. Kooktijdschriften zijn een geliefd platform voor reclamemakers. Maar waar je voorheen nog gewoon kon doorbladeren om de ontelbare Boursin-, John West- en Hak-advertenties te omzeilen, sijpelen de commerciële boodschappen tegenwoordig listig op elke pagina door.

In Allerhande wordt nadrukkelijk gekookt met producten van adverteerders, met voor de duidelijkheid een plaatje van het betreffende product pal naast het recept. Alsof wij niet weten hoe spaghetti eruitziet. Oh, zo’n langwerpig pak met ‘Grand’Italia’ erop! Concurrent Boodschappen, die Allerhande altijd net iets minder goed kopieert, plakt kadertjes in recepten met teksten als ‘Croma bruint het vlees snel, schroeit het direct dicht en spat van zichzelf niet. Voor het perfecte stukje kip of vlees!’ – ik waan me even een huisvrouw in de jaren 50 (toen kip kennelijk nog geen vlees was).

En dit zijn dan nog gratis tijdschriften, die het moeten hebben van advertentie-inkomsten. Maar ook delicious. (die punt hoort daar), waar ik elke maand toch al 7 euro voor neertel, probeert mij in een semi-redactioneel stuk een Siemens-koelkast aan te smeren, of met vers bladerdeeg van Tante Fanny te laten koken. En ja, het ziet er lekker uit. En ja, ik ga vervolgens in het koelvak van de AH op zoek naar Tante Fanny (over bewust oubollige merknamen zal ik het een andere keer hebben).

Allerhande

Soms werkt het dus wel, in elk geval op de korte termijn. Het probleem is alleen dat mijn leeshouding inmiddels onherstelbaar is aangetast door deze al te nadrukkelijke vermenging van inhoud en reclameboodschap. Van argeloze, ietwat naïeve kooktijdschriftenlezer ben ik veranderd in een wantrouwige speurneus die overal complotten, kartels en commerciële deals ruikt. Bespaar met Jamie jullie favoriete kookboek? Natuurlijk, jullie hebben een contract met Jamie. Pastinaak helemaal terug van weggeweest? Ik wil niet eens weten wat de pastinaaklobby allemaal uit de kast heeft gehaald om dat voor elkaar te krijgen.

Elke boodschap is besmet. Met als gevolg dat ik niets meer écht serieus neem. En dan zou het zomaar kunnen dat ik op een goede dag besluit… geen kooktijdschriften meer te lezen. Als statement. Dan maar geen spaghetti.


Annemijn

De z van zal-wel-een-zorgverzekeraar-zijn

In de top 3 van zorgverzekeraars staan eind 2012 achtereenvolgens Zekur, Bewuzt en AnderZorg. Voeg daarbij Azivo, Ditzo, Zorg en Zekerheid, Menzis, CZ en Zilveren Kruis en het z-circus is compleet.

Wat is dat toch met die z? Het zal de z van zorg wel zijn, en van zekerheid. Zin, die we overal aan willen geven. Ziekte misschien? Of werkt de z zuzzend en zalvend? Zoet maar, u betaalt echt niet te veel voor uw poliz… Iedereen doet toch een dutje bij de z?

Journalist Erwin Wijman schreef in 2007 het boekje De Bedrijfsnamenfabriek. Daarin spreekt hij over het ‘namendrama’ van nietszeggende bedrijfsnamen als Exendis, Exerion, Kendrion, Arcadis, Atradius en Athlon. Hij beschrijft bedrijfsnamentrends als de plots oprukkende ‘fabrieken’ (Kookfabriek, Ideeënfabriek, Fietsfabriek), de ‘werkplaatsen’ (Taalwerkplaats, Fotowerkplaats, Culinaire Werkplaats), datingbureaus die het met een cijfer doen (Match4Me, Just2Match, Dating4) en grote zorginstellingen met A-koorts (Atrium, Antaris, Amarant).

12430502-grunge-font-van-a-tot-z-alfabet-met-de-hand-geschreven

Fascinerende wetenschap, die bedrijfsnamenkeuze. Zijn eigen Wet van Wijman luidt dan ook: ‘als een merknaam of bedrijfsnaam onderscheidende elementen bevat en bekend wordt dankzij tv, krant of web zie je die onderscheidende elementen binnen een mum van tijd terug in andere bedrijfs-, product- en merknamen, vaak zelfs binnen dezelfde sector.’

En is die z eenmaal uitgewerkt, dan komen we vanzelf weer bij de a uit. Zo zimpel is communicatie.


Arnaud

Tijd voor een nieuwe bedrijfsnaam?

Toen wij in 2006 ons tekstbureau oprichtten, waren we bepaald geen gelouterde ondernemers. We studeerden alle drie, vonden dat we goed konden schrijven en begonnen gewoon. Onze bedrijfsnaam is dan ook niet het resultaat van een uitgebreid marktonderzoek of het werk van een hip reclamebureau. Het is de uitkomst van een middagje brainstormen met thee en volkoren koekjes. PgUp… Ja, dat klinkt wel vlot, gevat, passend.

Tijdens een recente vergadering werd onze naam onderwerp van discussie. ‘Is het niet tijd voor iets anders?’ vroegen we ons af. Soms voelt PgUp als een jeugdzonde. Een woordspeling, zeven jaar geleden leuk, maar nu over de houdbaarheidsdatum heen. De eerste voorwaarde voor een bedrijfsnaam is toch dat je hem elke dag zonder gêne uitspreekt.

Het hachelijkste PgUp-moment is als ik aan de telefoon mijn e-mailadres geef. ‘Arnaud at page up tekst punt en el,’ hoor ik mezelf zeggen. En ik begin al met uitleggen. ‘Arnaud op z’n Frans, als [Arnò]. P – G – U – P, zoals de toetsenbordtoets. En dan tekst op z’n Nederlands, dus met K – S. Ingewikkeld? Sorry, ik stuur wel een leeg mailtje, dat is makkelijker.’

Als Arnaud met A – U – D ben ik er wel aan gewend om mijn naam te moeten spellen. Maar om dan ook nog een tweetalige domeinnaam te kiezen… En op sommige toetsenborden staat ‘Page Up’ in plaats van ‘PgUp’. Al is het zo dat oudere mensen de link met de toets überhaupt zelden leggen. Tot slot wordt van tekstschrijvers verwacht dat ze hart hebben voor de Nederlandse taal. Een Engelse naam, is dat dan niet verdacht?

PgUp beter

Toch heb ik ook mijn positieve PgUp-herinneringen. Toen we ons in 2006 inschreven bij de KvK, moest de vrouw achter de balie controleren of die bedrijfsnaam niet al bestond. Ze waarschuwde ons: zo’n goede, voor de hand liggende naam zou vast al bezet zijn. En recent sprak ik op een reünie een oud-klasgenoot van de middelbare school. Hij zat in de sales en marketing, droeg een bijpassende zonnebril, en had me gegoogeld. ‘Sterke naam, man. Zelf bedacht?’

De uitkomst van onze bedrijfsdiscussie is dat we PgUp blijven. We zijn psychisch nog niet klaar voor het afscheid. Bovendien: we hebben ons webadres, ons logo, ons briefpapier… En komen de opdrachtgevers nog wel terug als we opeens Tekstbureau A3, Retteketekst of De woordsmid heten? Dus kiezen we opnieuw volmondig voor de naam waar we ooit wat in zagen, zoals je een ingedutte relatie kunt laten opbloeien door te trouwen. PgUp Tekst, dat zijn wij!


Arnaud

Integreren in Boazum

Antje en ik verhuisden in januari 2012 van de Amsterdamse Wallen naar het Friese dorpje Boazum. Boazum heeft zo’n vierhonderd inwoners, een café, een middeleeuwse kerk en een dorpsschooltje. Dat is het wel zo’n beetje. Om te integreren in zo’n dorp, is het belangrijk dat je leert kaatsen en meeknutselt voor de dorpsfeesten. Laten zien dat je je best doet, dat is cruciaal.

Boazum

Voor ons tekstschrijvers was het dorpsblaadje (de Doarpsskille) een mooi podium om onze welwillendheid te tonen. We schrijven sinds augustus 2012 elke maand een feuilleton over onze integratie in Boazum. Daarin doen we verslag van de cultuurshock die de verhuizing voor ons – Amsterdammers, wereldburgers – betekende. Lees hieronder alles over onze ervaringen.

1 – Voorstellen
2 – De eerste maanden
3 – Lente
4 – Kaatsen
5 – Merke (dorpsfeest)
6 – Kerk
7 – Baby
8 – De Nacht Fan Boazum
9 – Bern (kinderen)

Naar aanleiding van ons feuilleton zijn we ook geïnterviewd door huis-aan-huisblad Op ‘e Skille.

Interview Op ‘e Skille


Antje

Ervaringsverhalen Sensire

Sinds 2011 schrijf ik ervaringsverhalen over de zorg voor de Achterhoekse zorgorganisatie Sensire. Deze columns verschijnen in de GeldersePost Oude IJsselstreek en op de website van Sensire. Zo laat Sensire zien wat er speelt in de zorg en waar de organisatie goed in is.

Lees een selectie van de columns hieronder of op de website van Sensire:

imgres

Ook mooi zonder merkkleding
Sleutel naar geluk
Win-winsituatie
Schuldgevoel
Gezellig voor even
Stresskip
Weer thuis
Tweelingbegeleiding
Overal een oplossing voor
Feest met vakantiehulp


PgUp

Migrantenverhalen IOM

Voor de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) maken wij regelmatig interviews met migranten. IOM verstrekt beurzen aan migranten die in Nederland wonen en voor een project terugkeren naar hun vaderland. De beurzen worden toegekend aan goedopgeleide professionals die echt iets kunnen betekenen in hun vaderland. Doordat ze de cultuur kennen en de taal spreken is dit een heel effectieve manier van ontwikkelingssamenwerking.

imgres

Lees hieronder een selectie van de migrantenverhalen die we hebben geschreven:

Antje
Charles Agyemang
Meneer Roshangar
Osvaldo de Brito

Annemijn
Amra Mustafic
Vllaznim Vokshi
Kwabena Adanse

Arnaud
Idlir Peci
Andrijana Nikchevska
Archil Tsintsadze